UIT: Petfood. November/December 2011, tekst Durkje Hietkamp
Nationale vogeltentoonstelling constateert verschuivingen
Onderlinge competitie Binnen de vogelliefhebberij vinden belangrijke veranderingen plaats, zo blijkt op de vogelshow in Leeuwarden. De kweek van tropische vogels neemt steeds grotere vormen aan en de belangstelling voor levend voer neemt toe. "Willen we de Afrikaantjes houden, dan moeten we daarin investeren", aldus Joop Lettinga.
Honderden vogels in allerlei kleuren dartelen rond of zitten parmantig op stok in hun kooitjes op de 48e Nationale tentoonstelling in Leeuwarden. “Alleen van de tropische zebravink zijn er al 250 kleurvarianten”, zegt Joop Lettinga, voorzitter van de Friese volièrevereniging Natuurzang. De mutatiekweek heeft de laatste jaren een enorme vlucht gemaakt, volgens hem. “Een mutatie ontstaat spontaan”, legt hij uit. “De gemuteerde dieren worden vervolgens onbeperkt met elkaar gekruist om weer nieuwe combinaties te kweken. Ook worden soorten met elkaar gekruist om een mutatie van de ene naar de andere soort over te brengen.” Bij het kruisen van zeldzame mutaties ontstaan dan wel bijzondere varianten, maar Lettinga ziet liever de wildkleur. “Een mutatie is altijd een verarming”, vindt hij
Goede kwaliteit
De vogelaars op de show komen vooral uit Friesland en Noord-Holland, zo blijkt. De voorbereidingen beginnen al vroeg. De eigenaars proberen hun topdieren zo goed mogelijk voor de dag te brengen. "Er zijn minder vogels deze keer, maar wel van bijzonder goede kwaliteit", zegt Lettinga. De vogels worden gekeurd door maar liefst negen keurmeesters die de moeilijke taak hebben om een beoordeling te geven. Zij bekijken de dieren kritisch waarbij wordt gekeken naar formaat, model, conditie, vorm, kleur, tekening, houding en bevedering. "De postuurkanaries moeten een speciale lichaamshouding of bepaald verenpak hebben. Bij kleurkanaries ligt het accent op de kleurstoffen in de bevedering", zegt Lettinga. "De maximale score is 100 punten, maar in de praktijk hebben vogels met 89 tot en met 92 punten het erg goed gedaan. Een score tussen de 85 en 88 punten is gemiddeld. Alleen om een kampioen aan te wijzen geven keurmeesters een vogel soms 93 punten. Op onze tentoonstelling krijgt elke vogel met 90 punten brons, op andere ook wel met 89 punten" Naast punten krijgen de kwekers tips en adviezen die ze meenemen om bij een volgende keuring hun vogels nog beter voor de dag te laten komen. Maar de show is niet alleen een wedstrijd, het is ook een sociaal gebeuren waar informatie wordt vergaard en van gedachten wordt gewisseld onder het genot van een hapje en een drankje.
Minder kanaries
De vogels zijn onder te verdelen in vier categorieën: kanaries, tropische vogels, europese cultuurvogels en de kromsnavels. Het feit dat er twee gecontracteerde keurmeesters voor kanaries moesten worden afgezegd en op de valreep nog een extra keurmeester voor de tropen moest worden aangetrokken, duidt erop dat er een verschuiving plaatsvindt binnen de vogelliefhebberij. "Het aantal kanaries loopt terug. Tien jaar geleden was meer dan 50 procent kanaries. Nu is dat minder dan een kwart", zegt Lettinga. Oorzaken zijn de doorgevoerde veranderingen bij de kleurkanaries en de importstop, volgens hem. "Bij de kleurkanaries heeft de COM veranderingen doorgevoerd, omdat ze vogels wilden beoordelen aan de hand van dezelfde criteria als de andere landen die bij de COM zijn aangesloten. Dit had tot gevolg dat deze vogels een iets bredere bestreping moeten krijgen dan kwekers gewend waren en daar was niet iedereen blij mee." Bij het keuren van een kleurkanarie als tentoonstellingsvogel wordt hoofdzakelijk op de kleur van de vogel gelet.
Importstop
Een andere belangrijke ontwikkeling die voor veranderingen heeft gezorgd, is de beëindiging van de import van wilde vogels door de Europese Commissie in 2007. "De situatie is vergelijkbaar met die in 1963 toen Australië verbood nog langer inheemse vogels uit te voeren. De australische vogels werden toen enorm duur. Men moest het doen met het bestand dat toen aanwezig was. "In de jaren „60 werd soms wel 1000 gulden, maar liefst 2,5 maandsalaris, aan een parkietpaartje gespendeerd", vertelt de voorzitter. "Nadat er met succes met die soorten werd gekweekt zijn de meeste Australische soorten sterk in waarde gedaald. De aanschafprijzen van tropische vogels uit andere landen dan Australië zijn door het importverbod sterk gestegen. Afrikaanse vogels kostten vroeger misschien 14 gulden. Nu liggen de prijzen gemiddeld op 85 euro en deze kunnen oplopen tot honderden euro‟s." Lettinga erkent dat de importstop en de daardoor gestegen prijzen illegale import vanuit Oost-europa als gevolg heeft gehad. Toch ziet hij importstop als een positieve ontwikkeling voor de vogelkweek in Nederland. "Het stimuleert vogelaars om hun dieren bewuster te verzorgen. Gaan ze dood, dan kost dat hen immers veel centen."
Levend voer
Bij het kweken van vogels komt volgens Lettinga veel kijken. Zelf kweekt hij 150 tot 200 vogels in vijf gezelschapsvolières. “Ik ben er gemiddeld twee uur per dag mee bezig.” Vooral de aanschafprijzen maakt de hobby prijzig. Voerprijzen blijven door onderlingeconcurrentie vrijwel stabiel, ervaart de vogelliefhebber. “Een zak zaad van 20 kilo kost circa 15 euro, veertig jaar geleden betaalde je 1,50 gulden per kilogram.” Wel heeft ook op dit gebied een verandering plaatsgevonden, volgens hem. “Door het importverbod is de belangstelling voor levend voer toegenomen”, zegt hij. “Vogels zijn zaadeters, maar eten insecten als ze jongen hebben. Alleen is levend voer, zoals fruitvliegjes, pinkies, krekels, wasmotten of muggelarven duur.” De kosten voor het levende voer dat nodig is om een nestje van vier of vijf jongen groot te brengen, liggen gemiddeld op 50 euro, weet de voorzitter. “Willen we de Afrikaantjes houden, dan moeten we daarin wel investeren.” De geschilderde Astrilde is een kleurrijk vogeltje uit de familie van de prachtvinken, van oorsprong afkomstig uit Australië.
Vogelhandel
De handel in gekweekte vogels vindt plaats op vogelmarkten, via internet (Vogelmarktplaats.nl) en op tentoonstellingen in de z.g.n. verkoopklasse. Lettinga, die elk jaar op de vogelmarkt in Zwolle is te vinden, vreest voor het voortbestaan van de markt. "Er is veel kritiek op, omdat ze nu nog altijd mogen worden georganiseerd zonder dat er eisen worden gesteld ten aanzien van dierwelzijn." Lettinga pleit er nadrukkelijk voor dat de markten, die volgens de regels verlopen, blijven bestaan. "De vogels worden in Nederland echt niet meer meegezeuld in piepkleine hokjes en op elkaar gepropt in benauwde kofferruimtes. Daarnaast stelt de organisatie eisen; er mag alleen verkoop uit tentoonstellingskooien plaatsvinden en alle vogels moeten een zitstok, water en voer hebben." Lettinga is ervan overtuigd dat een vogelshow een gunstige invloed heeft op de vogelkweek. Liefhebbers die vogels inzenden op de tentoonstelling kunnen ook vogels in de verkoopklasse insturen. De koper weet dan van wie de vogels afkomstig zijn en kan voor adviezen altijd bij de verkoper terecht. De liefhebber,waarvan de vogels op de tentoonstelling 91 of 92 punten halen hoeft nooit met zijn vogels te leuren. Hij wordt wel benaderd door mensen die de tentoonstelling hebben bezocht met de vraag of er nog vogels te koop zijn. "Bij handel via vogelmarktplaatsen op internet mis je het sociale aspect en bovendien kun je slachtoffer worden van criminaliteit." Internet is wel belangrijk voor de prijsvorming. Dit heeft ook tot gevolg dat de handel in vogels voor dierenwinkels minder interessant is. Iedere liefhebber heeft inzicht in de prijzen, er blijft op die manier te weinig marge over voor de dierenwinkels. Vogels in een dierenwinkel zijn een service-artikel geworden. Het geld wordt verdiend met de bijbehorende kooi en het voer. Lettinga bevestigt dat het op vogelmarkten niet allemaal vlekkeloos verloopt. "Maar er wordt hard gewerkt aan verbetering",besluit hij.
Vereniging
De Friese volièrevereniging Natuurzang is aangesloten bij de Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBVV), een organisatie met bijna 32.000 leden. Doelstelling is het houden, verzorgen en fokken van vogels. Het instandhouden van soorten zonder daarbij de vogels uit de natuur te halen heeft de prioriteit. De NBVV stelt de rasstandaarden vast. Een rasstandaard bestaat uit een aantal regels die de ideale vertegenwoordiger van het ras beschrijven. Voor elk type vogel is die anders. Doel van een kweker is om de rasstandaard zo dicht mogelijk te benaderen. Dit proberen ze te bereiken door de juiste dieren met elkaar te laten paren. "Je kunt de kans op succes vergroten door de beste dieren bij elkaar te zetten. Dat is ook de belangrijkste taak van de kweker: de meest geschikte exemplaren uitzoeken. Maar zelfs dan heeft de kweker geen enkele garantie dat hij krijgt wat hij wil. Het blijven levende wezens", aldus Joop Lettinga, voorzitter van Natuurzang.
Agapornis personata
Bij de Agapornis personatus, een dwergpapegaai die omstreeks 1885 werd ontdekt in Noordoost-Tanzania, hebben zich al heel wat mutaties voorgedaan. De meest bekende mutatievorm is de blauwfactor. De wildvorm is groen met een zwarte kop en gele borst en nekband, rode snavel en grijze poten.

